Ik ben geen racist, ik ben geen racist!

“Ik ben geen racist, ik ben geen racist!” Als je een wit iemand wijst op een racistische uitspraak of handeling, dan is dit een veelgehoorde reactie, vermengd met woede, paniek en gekwetstheid. Niet altijd wordt er letterlijk “ik ben geen racist!” gezegd, soms komt het in andere vormen voor,  zoals “noem je me nu een racist?” of “schaar je mij nu ook onder die mensen?” of “zo ben ik niet!”. Suggereren dat iemand racistisch is, is voor witte mensen de ultieme belediging.

De reactie “ik ben geen racist” maakt racisme aankaarten (en oplossen!) bijna onmogelijk.

Als niemand zichzelf een racist vindt (een handjevol neo-nazi’s en KKK-leden uitgezonderd), maar wel erkent dat racisme bestaat, hoe kun je er dan over praten? “Bespreek het maar met die anderen die wel racistisch zijn, maar niet met mij, ik ben niet racistisch” is de gedachte. Maar als je die ander erop aanspreekt, dan heeft hij precies dezelfde reactie: hij is ook geen racist. Het zijn altijd de anderen die racist zijn, niet jijzelf. Waarom zijn het altijd de onbekende anderen, en niet jij? Wie zijn dan de racist, als niemand zichzelf als racist ziet? Is racisme alleen zo’n groot probleem, met zo’n groots effect, geïnstitutionaliseerd, vanwege een handjevol neo-nazi’s? Hoe moet je racisme aanpakken als dat ergens in de lucht zweeft dat door niemand wordt gedaan? Zoals Eduardo Bonilla-Silva zegt: er is een racisme zonder racisten.

Er zitten twee fouten in de redenering die leiden tot de conclusie “ik ben geen racist”.

De redenering is: ik vind racisme fout (of: ik keur racisme af), daarom ben ik geen racist.

De conclusie die verdedigd wordt: ik ben geen racist
Het argument dat hiervoor gebruikt wordt: ik vind racisme fout (of: ik keur racisme af)

(Er zijn nog vele andere argumenten die gebruikt wordt, maar bovenstaande dekt de basis gedachte)

De eerste fout zit in de sprong van het argument “ik vind racisme fout”, naar de conclusie “ik ben geen racist”. Om die sprong te kunnen maken, moet de verborgen aanname geëxpliciteerd worden, anders kan het argument niet met de conclusie verbonden worden. De verborgen aanname is: Als ik iets fout vind, dan kan ik dat niet zijn (of doen).

De volledige redenering zou dan als volgt zijn:
Argument: ik vind racisme fout
Verborgen aanname: als ik iets fout vind, dan kan ik dat niet zijn of doen
Verborgen aanname: als ik racisme fout vind, dan kan ik geen racist zijn
Conclusie: ik ben geen racist

Als je kritisch kijkt naar de verborgen aanname “als ik iets fout vind, dan kan ik dat niet zijn of doen” dan kun je zelf wel bedenken dat dat niet altijd waar is. Er zijn legio tegenvoorbeelden te bedenken waarin je een karaktereigenschap of handeling fout vindt, maar een dergelijke karaktereigenschap hebt of handeling toch uitvoert. Je vindt iemand pijn doen vast niet goed, en toch heb je dat vast weleens gedaan. Je vindt voedsel weggooien misschien fout, en toch heb je dat vast weleens gedaan. Je vindt je karaktereigenschap ‘ongeduldig’ of ‘bazig’ misschien fout, maar toch ben je het misschien wel.

Wat je niet wilt zijn of doen, betekent niet dat je het in werkelijkheid niet bent of doet!

De tweede fout met de redenering die zou leiden tot de conclusie “ik ben geen racist” heeft te maken met de definitie van racisme. Hoe je racisme definieert is alles bepalend of je racist bent of niet. Of om het verzachtend te formuleren: of je racistisch handelt of niet.

Mijn ervaring in discussies is dat de meerderheid – inclusief de liberaal denkende antiracist – een simplistisch en verkeerd beeld heeft van wat racisme is. Men schijnt te denken dat racisme alleen maar een persoonlijke ideologie is waar je al dan niet openlijk voor uitkomt dat je mensen van een ander ‘ras’ minder vindt.
Ik kan niet in de hoofden van anderen kijken, maar uit de discussies komt er steeds een beeld dat mensen denken dat alleen neo-nazi’s en KKK-leden racisten zijn. Mensen die er open en bloot voor uitkomen een hekel te hebben aan een ander ‘ras’, en die daarom mensen van een ander ‘ras’ bespugen op straat, in elkaar slaan, of hun huis in de fik steken.  Sommigen lijken een iets minder simplistisch beeld te hebben en zien wel dat racisme ook inhoudt dat bepaalde groepen mensen moeilijker aan een baan komen en gekwetst kunnen worden door stereotypes op tv.  Velen denken dat racisme slechts gaat om een overtuiging dat één ‘ras’ superieur is aan andere ‘rassen’. Velen hebben een aversie tegen racisme omdat ze uitgaan van dat racisme alleen een extreme uiting van raciale superioriteit is. Maar racisme is veel complexer en diepgaander dan dat.

Racisme is meer dan een persoonlijke ideologie waar bepaalde mensen openlijk voor uitkomen, en het is wat anders dan discrimineren of het hebben van vooroordelen.  Discriminatie, vooroordelen en racisme worden heel vaak door elkaar gebruikt, terwijl ze niet hetzelfde zijn. Voor het bestrijden van racisme is het van essentieel belang dat dit onderscheid duidelijk wordt. Het niet goed kennen van het onderscheid en het verband tussen vooroordelen, discriminatie en racisme leidt tot reacties die afleiden van de discussie. Zo verwijzen mensen in discussies over racisme regelmatig naar voorbeelden van eigen ervaringen van discriminatie en vooroordelen om zo de discussie over racisme stil te leggen. Daarom zal ik hier dat onderscheid duidelijk maken door de begrippen vooroordelen en discriminatie uit te leggen, waarna ik de complexere definitie van racisme zal geven.

Vooroordelen zijn vooropgezette oordelen of meningen over iemand, meestal gebaseerd op onwetendheid of een beperkte hoeveelheid informatie. Het wordt gevormd zonder al te veel nadenken en kennis. Vaak gaat het om een negatieve beoordeling van een persoon die tot een bepaalde categorie of groep behoort (bijvoorbeeld op basis van etniciteit, huidskleur, seksualiteit of geslacht). Iedereen heeft vooroordelen en niemand kan er aan ontkomen, met name omdat vooroordelen ontstaan doordat we continu zijn blootgesteld aan beperkte of verkeerde informatie over bepaalde groepen mensen.

Raciale vooroordelen zijn een gevolg van het leven in een racistische samenleving, die stereotype beelden van bepaalde groepen in stand houdt. Deze stereotypen hebben op hun beurt weer invloed op hoe wij bevooroordeeld kijken naar bepaalde groepen. Stereotypen dragen dus bij aan de ontwikkeling van vooroordelen. De stereotypen laten veelvuldig een beeld zien waarin witten superieur zijn, en gekleurden inferieur. Deze beelden komen voor in de media, in taalgebruik en grappen en andere uitingen. Zelden is er structureel informatie over de goede prestaties van niet-witte groepen. Waarom worden er dan ook grappen gemaakt door de niet-witte groepen zelf? Ook mensen die tot een dergelijke groep behoren kunnen negatieve vooroordelen over hun eigen groep ontwikkelen. Ze kunnen de stereotypes gaan internaliseren.

Discriminatie betekent letterlijk het onderscheid maken in. Discrimineren is het anders (vaak negatief) behandelen van groepen of personen op basis van hun huidskleur, etnische achtergrond, geloof, geaardheid, geslacht, leeftijd, handicap etc. Het verschil tussen vooroordeel en discriminatie is dat vooroordeel gaat over de houding en overtuiging (tegen)over anderen, en discriminatie gaat over het gedrag ten opzichte van anderen (iets niet doen is ook gedrag – bijvoorbeeld dat je iemand niet in dienst neemt). Vooroordelen (vooringenomen overtuigingen) kunnen dus leiden tot discriminatie (onderscheidend gedrag), maar het is in principe mogelijk om vooroordelen te hebben en niet te discrimineren. Of dat in de praktijk ook gebeurt valt te betwijfelen, aangezien vooroordelen vaak onbewust voor feiten worden aangezien en wij continu onbewust handelen op basis van onze onbewuste ‘feiten’.

Vooroordelen en discriminatie hebben dus wel te maken met racisme, maar zijn niet hetzelfde als racisme.

Racisme is een complex fenomeen in de maatschappij dat op zowel individueel als institutioneel niveau plaatsvindt, en er is geen definitie die deze complexiteit compleet beschrijft. Desondanks zijn er twee terugkerende aan elkaar gerelateerde definities te vinden in de verschillende literatuur:
– Racisme is een systeem van voordelen gebaseerd op ras
– Racisme is raciale vooroordelen plus macht

* Let op het gebruik van voordelen en vooroordelen – je kunt ze snel door elkaar halen, omdat ze op elkaar lijken, maar hebben uiteraard een compleet andere betekenis

* Ik beschrijf hier voornamelijk racisme in de Westerse maatschappij. In andere landen is ook sprake van allerlei mechanismen van onderdrukking, vooroordelen en discriminatie. Deze landen hebben hun eigen complexe geschiedenis en dynamiek met betrekking tot kleur, en om het voor nu niet onnodig ingewikkeld te maken houd ik het bij de Westerse samenleving. Maar inderdaad, er zijn in bijvoorbeeld Aziatische landen vooroordelen en discriminatie ten opzichte van witte mensen (zowel positief als negatief). Dit valt alleen niet één op één te vergelijken met racisme in de Westerse maatschappij, en als je de geschiedenis induikt, zie je ook hier weer de dominante onderdrukkende rol van witte mensen.

Definitie 1: Racisme is een systeem van voordelen gebaseerd op ras

Racisme is een systeem waarin het dominante ‘ras’ profiteert van de onderdrukking van anderen, of ze dit nu willen of niet. Het zijn dan witte mensen die voordelen genieten, en mensen van kleur die nadelen ondervinden. Inmiddels is de term white privilege bekend geworden onder de meeste mensen – white privilege betekent dat je als wit persoon meer voordelen hebt t.o.v. mensen van kleur. Vele witte mensen ontkennen het hebben van een wit privilege, maar als je echt open en eerlijk bent, dan zie je dat je als wit persoon wel zeker voordelen hebt t.o.v. mensen van kleur. Witte mensen hebben meer en betere toegang tot gezondheidszorg en onderwijs, en politie en justitie behandelt witte mensen beter dan niet-witte mensen. Het probleem met het hebben van deze voordelen is dat je bij jezelf niet ziet dat je in een voordelige situatie zit, omdat je denkt dat het normaal is en voor iedereen geldt. Pas als je in een groep zit die benadeeld wordt, dan merk je het verschil. Jane Elliott vroeg eens tijdens een lezing (zie kort videofragment hier) wie blij zou zijn om behandeld worden zoals mensen van kleur behandeld worden door de samenleving. Niemand stond op. Zelfs al klagen witte mensen over zogenaamd reverse racism (omgekeerd racisme) en positieve discriminatie, toch zouden ze niet willen ruilen. Ze weten heus wel dat hun positie beter is, en sociologische onderzoeken bevestigen die voordelige positie.

Definitie 2: Racisme is raciale vooroordelen + macht

Er is sprake van racisme als je in een machtige(re) positie zit en je op basis van (onbewuste) raciale stereotypes en raciale vooroordelen zo spreekt of handelt dat degene in een achtergestelde groep minder mogelijkheden of rechten krijgt. Ook is er sprake van racisme als de achtergestelde groep nog meer last krijgt van vooroordelen doordat andere mensen hiernaar luisteren en daarnaar handelen. Mensen luisteren namelijk sneller en beter naar mensen in machtigere posities en handelen daar bewust of onbewust naar. Tot nu toe is deze machtige positie een positie van witte mensen en de achtergestelde positie een positie van niet-witte mensen. Deze machtigere positie wordt gerechtvaardigd door het onbewuste vooroordeel dat mensen in de mindere machtige positie het te danken hebben aan hun zogenaamde inferieure biologische of culturele kenmerken.

Een veelgehoord tegenargument is dat mensen zeggen dat ze geen vooroordelen en geen macht hebben, en dus niets met racisme te maken hebben. Ten eerste heeft iedereen vooroordelen, al dan niet bewust of onbewust. En ten tweede kan het zijn dat je denkt dat je ook als wit persoon niet veel macht hebt. Maar wat is macht? Macht is in feite het vermogen om te handelen zoals een mens wil. De een heeft meer vermogen om te handelen zoals hij/zij wil dan de ander. Mensen zien machtige mensen als mensen die invloed kunnen hebben op het beleid van de overheid, op de gang van zaken van een organisatie, op wie hoeveel geld krijgt. Dat is inderdaad macht. Maar je hebt als mens ook macht wanneer jij spreekt over je expertise, over onrecht, over jouw ervaringen, en mensen geloven jou, en passen hun handelingen daarop aan. Je hebt macht als jij uiting geeft aan een wens, en mensen nemen die wens serieus en passen hun gedrag erop aan (al was het maar dat ze het serieus te nemen en begrip te tonen). Macht is invloed kunnen hebben op het gedrag en denken van anderen. Dus ook al voelen witte mensen zich niet machtig, omdat ze zelf in een benarde situatie zitten, ze hebben over het algemeen wel meer macht dan mensen van kleur.

De volgende waargebeurde voorbeelden laten zien in welke situaties je macht kunt hebben, en hoe dat in combinatie met (onbewuste) raciale vooroordelen racistisch is:

1.     Als je een leidinggevende bent, en je gelooft niet dat het CV van een zwarte man waar is, en je neemt hem niet aan, dan ben je racistisch. De machtige positie is dat jij leidinggevende bent, en kunt bepalen of je iemand inhuurt of niet (en daarmee invloed hebt op zijn inkomen). Het vooroordeel is dat zwarte mannen vast liegen of overdrijven op hun CV.

2.     Als je ondernemer bent, en je denkt dat de mannelijke boekhouder van Colombiaanse afkomst je aan het versieren is en je huurt hem niet in, dan is dat racistisch. De machtige positie is dat jij iemand kunt bepalen of je iemand inhuurt of niet (en daarmee invloed hebt op zijn inkomen). Het vooroordeel is dat mannen van Colombiaanse afkomst je altijd aan het versieren zijn.

3.     Als je ambulance medewerker bent, en continu vraagt of de zieke zwarte man aan de drugs is, je het ontkennend antwoord niet gelooft en daardoor de hulpverlening vertraagt, dan is dat racistisch. De machtige positie is dat je als ambulance medewerker wel of niet iemand zorg kan verlenen, en de patiënt wel of niet gezond (of in leven) blijft. Het vooroordeel is dat zwarte mensen aan de drugs zijn.

4.     Als je douane beambte bent, en mensen van kleur eerder aanhoudt om hun spullen te checken, je mensen van kleur minder snel het voordeel van de twijfel geeft als ze per ongeluk verboden goederen hebben meegenomen, en hen daarom registreert en/of vervolgt, dan is dat racistisch. De machtige positie is dat je als douane beambte iemand kan registreren en/of vervolgen. De nadelen van vervolging zijn duidelijk, maar ook geregistreerd worden maakt je kwetsbaar voor een volgende ontmoeting met de douane. Het vooroordeel is dat mensen van kleur vaker verboden goederen invoeren met slechte intenties.

5.     Als je politie agent bent, en mensen van kleur eerder en harder aanpakt bij een vermoeden van het overtreden van de regels, met verwondingen en soms de dood tot gevolg, dan is dat racistisch. De machtige positie is dat je als politieagent meer bevoegdheid hebt om wapens en vechttechnieken te gebruiken, en iemand zijn vrijheid tot handelen kan beperken. Het vooroordeel is dat mensen van kleur eerder en vaker de regels overtreden, en vaker een bedreiging vormen voor orde en veiligheid.

6.     Als je arts bent, en je krijgt in je praktijk in één maand 3x hetzelfde licht getinte kindje met lichte verwondingen. De witte moeder geeft aan dat het komt door het vallen tijdens het spelen, maar jij verdenkt de witte moeder of zwarte vader van kindermishandeling, dan is dat racistisch. De machtige positie is dat jij als arts melding kunt maken van vermeende kindermishandeling, en een dergelijke onterechte negatieve melding impact heeft op het welzijn van kind en ouders. Het vooroordeel is dat witte vrouwen met zwarte mannen vast in een moeilijke gewelddadige relatie zitten.

7.     Als je als witte vriendin tegen een andere witte vriendin zegt dat haar zwarte vriend therapie nodig omdat hij altijd zo boos is. De machtige positie is dat de eerste witte vriendin eerder geloofd wordt door haar witte vriendin met zwarte vriend, als ze iets zegt over de mentale toestand van zwarte mensen. Het vooroordeel is dat zwarte mensen die boos zijn therapie nodig hebben voor hun ‘anger issue’.

8.     Als je als witte vrouw de politie belt wanneer een donkere jongeman in een witte buurt via de voordeur (met een sleutel, maar dat zie je niet) een huis binnengaat, en deze man wordt aangehouden op verdenking van inbraak, dan is dat racistisch. De machtige positie is dat de politie jou als witte vrouw sneller gelooft. Het vooroordeel is dat donkere jongemannen niet in witte rijke buurten kunnen wonen en daarom een inbraak zouden plegen.

9.    Als je in de media werkt, en je maakt programma’s of documentaires waarin mensen van kleur niet, weinig of verkeerd gerepresenteerd zijn, dan is dat racistisch. De machtige positie is dat je invloed hebt op wat anderen zien en horen over mensen van kleur, en daarmee bepaalde stereotypes in stand houdt en zorgt voor verkeerde beeldvorming. Dit heeft invloed op hoe mensen van kleur behandeld worden in de maatschappij, en op hoe mensen van kleur toegang krijgen tot onderwijs, zorg, rechtsbescherming, zoals hierboven beschreven. De vooroordelen zijn alle stereotypes die worden weergegeven.

10.     Als je in het bijzijn van kinderen, praat over ‘zo’n typische foute n**** met gouden kettingen’, dan beïnvloed je daarmee het beeld dat kinderen hebben over zwarte mensen, namelijk dat ze fout zijn, gouden kettingen hebben (en dus alleen met geld bezig zijn) en dat je zwarte mensen negatieve kwetsende benamingen (zoals n****) mag geven. Hiermee houd je een negatief stereotype in stand die beïnvloed hoe zo’n kind gaat denken over zwarte mensen en dat je ze als minder kunt behandelen (zoals in alle bovenstaande voorbeelden). De machtige positie is dat jij de woorden van (witte) ouders geloofd worden. Het vooroordeel is dat zwarte mensen die gouden kettingen hebben “typisch fout” zijn.

In bovenstaande voorbeelden zijn twee type situaties van hoe je als mens invloed hebt op het denken en doen van anderen.
– Het gedrag en de uitspraken van persoon x hebben invloed op het leven van persoon z.
– Het gedrag en de uitspraken van persoon x hebben invloed op hoe persoon y denkt en zich gedraagt tegenover persoon z.

Voorbeelden 1 t/m 6 zijn voorbeelden van de directe invloed op het leven van een ander.
Voorbeelden 7 t/m 10 zijn voorbeelden van de indirecte invloed op het leven van een ander.

Macht

Voorbeelden 1 t/m 6 laten posities zien van bijvoorbeeld een arts, politie agent, leidinggevende en beleidsmaker, die de meesten wel als min of meer machtig kunnen zien. Voorbeelden 7 t/m 10 laten echter zien dat je ook in een positie die niet direct als machtig gezien wordt, invloed kunt uitoefenen op het leven van anderen. Bij deze voorbeelden kun je als witte man of vrouw invloed uitoefenen op het leven van een ander, omdat je wit bent. Wat heeft wit er mee te maken? Witte mensen krijgen t.o.v. mensen van kleur sneller het voordeel van de twijfel, zij worden sneller geloofd en wat zij zeggen wordt eerder als juist, kundig of intelligent gezien. Dat is de invloed van een racistische samenleving met bijbehorende stereotype beelden. Als je sneller geloofd wordt of als juist, kundig of intelligent wordt aangezien, dan heb je meer macht. Wat jij zegt of doet, doet er meer toe. Wat je zegt of doet, heeft invloed op het gedrag van ander. Als mensen hun gedrag of gedachten aanpassen aan jouw gedrag of woorden, dan is dat ook macht.

Vooroordelen

Alle mensen hebben vooroordelen. Maar de vooroordelen over mensen van kleur bevatten veelal stereotypen die negatief zijn en onderdrukking verder in stand houden. Deze vooroordelen ontstaan door de stereotypische weergave van mensen van kleur in allerlei uitingen: tv-series, films, reclames, geschiedenisboeken, culturele feestdagen. Nu zullen er witte mensen zijn die zeggen dat mensen van kleur ook vooroordelen hebben en in een machtige positie zitten en daarmee anderen benadelen. Dat klopt, maar dat is slechts zelden (dus niet structureel) en witte mensen zullen geen negatieve gevolgen ondervinden in hun primaire levensbehoeften, zoals in de zorg, het onderwijs en bij justitie.

Macht + vooroordelen

In de voorbeelden heb ik aangeduid wat de machtsposities zijn en wat de vooroordelen zijn. Als er vooroordelen zijn bij deze mensen in machtigere posities en zij gedragen zich daar naar, dan heeft dat invloed op degene die slachtoffer is van dat vooroordeel. Als witte mensen racistische uitingen en gedragingen doen, dan worden de raciale vooroordelen versterkt, en hiermee blijft stereotypes bestaan, en luistert men niet goed naar de ervaringen van mensen van kleur. Het is een continu versterkend effect.

Het verband tussen de definities van racisme: Macht + vooroordelen = voordelen

Er zijn dus twee definities van racisme:
– racisme = macht + raciale vooroordelen
– racisme = een systeem van voordelen

Deze definities staan echter niet los van elkaar. Zo zijn macht en voordelen ook met elkaar verbonden. Niemand zal ontkennen dat wie macht heeft, voordelen heeft t.o.v. diegene die geen macht heeft. Wie meer in staat is om te doen en laten wat hij wil, heeft meer voordelen dan degene die niet zoveel kan doen en laten wat hij wil.  In de huidige maatschappij heeft niet iedereen evenveel macht, status en mogelijkheden. Raciale vooroordelen zorgen ervoor dat mensen van kleur als minder worden gezien, waardoor ze minder macht hebben, en dus minder voordelen. Een raciale samenleving zorgt er ook voor dat witte mensen als beter worden gezien en daardoor meer macht en dus meer economische, culturele, psychologische en politieke voordelen hebben. Racisme gaat bovendien niet alleen om individuele gevallen. Racisme is al eeuwen gaande, gebeurt nog steeds en op grote schaal. Racisme is structureel en institutioneel. Het is er continu, en is ingebed in onze samenleving en instituties. De sporen van de geschiedenis hebben een racistische samenleving gecreëerd waar een dominante groep bestaat die de macht heeft en de norm bepaalt.

Dus zelfs al ben je niet altijd de uitvoerder van discriminatie en racisme, en ook al ben je iemand met goede bedoelingen, en met idealen als gelijkheid, gelijkwaardigheid, en rechtvaardigheid, je profiteert wel van racisme in de samenleving. Het is moeilijk, oncomfortabel, confronterend om te zien dat je profiteert van een racistische samenleving. We willen allemaal zien dat we hard gewerkt hebben voor onze huidige positie. We willen geloven in een meritocratische wereld – een wereld waarin je iets krijgt als je er maar hard genoeg voor werkt of in gelooft. We willen niet zien dat we bijdragen aan een onrechtvaardige wereld. Het is te pijnlijk, je voelt je schuldig, je wordt boos en duwt het weg. Bovendien heb je er bewust of onbewust belang bij omdat je machtige positie te houden. Want wie wil nou zijn voordelen opgeven?

Het niet erkennen van racisme in onszelf houdt racisme in stand

Terug naar “Ik ben geen racist!”. De oplossing van racisme stagneert al bij het niet erkennen van racisme in onszelf en in de maatschappij en onze machtige posities daarin. Een voorbeeld is de reactie dat bovenstaande definities van racisme niet in het woordenboek staan. Vraag je dan af: wie heeft het woordenboek geschreven? Ook dat is macht: het kunnen bepalen of iets waar of onwaar is, het kunnen bepalen welke definities gehanteerd mogen worden, en welke pijn en ervaringen belangrijk genoeg zijn om naar geluisterd te worden. Zeggen dat de bovenstaande definities niet kloppen volgens het woordenboek is weer een voorbeeld van het niet erkennen van de macht en voordelen van witte mensen. Het niet willen erkennen van hoe de raciale samenleving werkt met macht, vooroordelen en voordelen maakt het hele probleem van racisme onmogelijk om te bestrijden, omdat de definities, wereldbeelden, ervaringen van witte mensen leidend zijn en de definities, wereldbeelden en ervaringen van mensen van kleur ter zijde worden geschoven als onjuist, subjectief, persoonlijk. Om racisme te bestrijden moet er kritisch gekeken worden naar de dominante definities, wereldbeelden en ervaringen in onze samenleving en hoe deze een racistische samenleving creëren.

Is jouw pijn een racist genoemd te worden belangrijker?

Het erge van de verbolgen uitspraak “ik ben geen racist” is dat voor racist uitgemaakt worden tegenwoordig erger is dan het slachtoffer zijn van racisme.  Verbolgen raken over dat iemand je een racist vindt is een teken van white supremacy. Jouw pijn als wit mens is belangrijker. De slachtoffers van racisme moeten hun mond houden, zoals ze altijd hun mond moeten houden. Of ze moeten begrip tonen voor de witte mensen die het niet goed begrijpen of die zich gekwetst voelen. De mensen van kleur moeten zich continu aanpassen aan de witte mens en hoe zij zich voelen over racisme.  In plaats van de discussie over racisme te laten gaan over het oplossen van racisme en de gevoelens van de slachtoffers, gaat de discussie over de gekwetste gevoelens van de zogenaamde racist. Er worden zelfs gekunstelde pogingen gedaan om het leed van de witte mensen te verzachten door te zeggen “nee je bent geen racist, je vertoont racistische gedrag”.  Om het even zwart-wit te illustreren: de dader krijgt alle aandacht, en de slachtoffers zijn bezig om zich gekunsteld aan te passen om de dader niet te kwetsen. Sterker nog, vaak gaan ze hen ook nog troosten. En ondertussen wordt er niets opgelost voor de slachtoffers.

De verbolgen reactie en de gekwetste gevoelens van witte mensen houden de aandacht weg van degene die lijden onder racisme. Witte mensen zijn teveel bezig met hun eigen gevoelens en gaan met hun armen over elkaar staan mokken dat ze misschien weleens een racist zouden kunnen zijn.

Aangesproken worden op je racistische woorden of gedrag knaagt aan je beeld van jezelf als moreel persoon. Laat dat los. Schiet niet in de verdediging. Zet je beledigd gevoel aan de kant. Houd niet alleen maar vast aan je goede bedoelingen en sta open voor eventuele slechte kanten van jezelf. Reflecteer op je gezegd of gedaan hebt. Wees eerlijk. Check welke machtige posities je hebt, check welke vooroordelen je hebt en check hoe je daarnaar handelt.
Ja, het doet pijn dat je misschien wel racistisch bent.  Als jij gelooft in idealen als gelijkheid en rechtvaardigheid en je wilt dat racisme daadwerkelijk ophoudt, dan is het noodzakelijk om je ontkenning van racisme en je eigen positie daarin te onderkennen. Die pijn hoort erbij, maar brengt je wel verder. Langzaam maar zeker kweek je ruggengraat. Wat je zou moeten beseffen is dat mensen die met racisme te maken hebben dagelijks situaties meemaken die wel honderd keer pijnlijker zijn dan jouw situatie waarin iemand jou een racist noemt. Het gemok over dat iemand heeft gesuggereerd dat je racistisch handelt is dan bijna pathetisch, en hoe langer je in het gemok blijft hangen, hoe meer schaamte en pijn je zal voelen als je ziet wat racisme echt inhoudt. Als je daadwerkelijk in gelijkheid en rechtvaardigheid gelooft, houd je op met je gemok en verdiep je je in racisme en jouw rol daarin.

Bronnen:
Why Are All The Black Kids Sitting Together In The Cafetaria? – Beverly Daniel Tatum

Dit blog is een onderdeel van een blogserie over racisme. Het doel van deze serie is om witte mensen meer kennis en inzicht te geven over racisme en witheid, geschreven door iemand die wit is en bekend is met de verborgen gedachtekronkels die witte mensen hebben om maar niet echt te hoeven zien wat racisme en witheid is. Er zijn echter vele experts op het gebied van racisme, en ik raad ook aan om vooral artikelen en boeken te gaan lezen van mensen van kleur die hierover schrijven.

Email this to someoneTweet about this on TwitterShare on LinkedInShare on FacebookPin on PinterestShare on Google+Share on StumbleUponShare on Reddit

Previous post:

Next post: