Waarden overzicht

Als je moeite hebt met het ontdekken van waarden, of je zoekt gewoonweg inspiratie voor waarden, dan vind je hieronder een waarden overzicht op alfabetische volgorde, inclusief een korte omschrijving. Het waarden overzicht is niet compleet, maar omvat wel de meest voorkomende waarden.

Aanhankelijkheid / De eigenschap van het continu bij iemand willen zijn, gehecht zijn en affectie tonen.

Assertiviteit / Het vermogen om voor jezelf en je eigen visie op te komen. Je respecteert in feite je eigen mening en bent weerbaar voor de reacties van anderen. Daarvoor moet je je wel bewust zijn van je eigen visie en zelfverzekerd genoeg om adequaat te reageren. Assertiviteit wordt vaak gezien als agressief, maar dat hoeft niet zo te zijn.

Authenticiteit/ Ook wel oorspronkelijkheid, echtheid of originaliteit. Ondanks externe invloeden, blijf je trouw aan je eigen persoonlijkheid.

Autonomie / Autonomie is opgebouwd uit de Griekse woorden Autos en nomos. Autos betekent ‚zelf’, en nomos betekent ‚wet’. Autonomie betekent dus „zichzelf wetten opleggend”. Met autonomie heb je het recht om zelf te bepalen wat je doet, je hebt de vrijheid om naar je eigen wetten te leven. Niemand kan jou opleggen wat jij moet doen.

Balans / Als al het gewicht gelijk verdeeld is, dan is iets in balans. Ook wel evenwicht genoemd. Het is een toestand waardoor iets niet omvalt.

Beleefdheid / Andere woorden voor beleefdheid zijn beschaafdheid, fatsoenlijkheid en welgemanierdheid. Door je te gedragen volgens bepaalde regels toon je respect aan iemand. Deze regels zijn cultuur- en tijdsgebonden.

Bescheidenheid / Wanneer je ingetogen bent, niet te veeleisend en je niet op de voorgrond treedt. Je bent nederig over je eigen handelingen.

Betrouwbaarheid / Als het om informatie gaat, dan betekent betrouwbaar dat het reproduceerbaar is onder dezelfde omstandigheden, en dat je erop kunt vertrouwen dat het waar is. Als het gaat om relaties, betekent betrouwbaar dat je kunt vertrouwen dat diegene doet dat hij zegt dat hij zal doen. Hij komt zijn beloftes na. Het verhoogt in beide gevallen de geloofwaardigheid.

Complexiteit / De mate waarin een systeem verschillende functies of delen heeft die afhankelijk zijn van elkaar. Complex betekent ingewikkeld.

Creativiteit / Het vermogen om iets nieuws te creëren of iets ouds op een andere (nieuwe) manier te bekijken of gebruiken door bijvoorbeeld verbeeldingskracht en vindingrijkheid. Voor creativiteit heb je een flexibele houding nodig om je oude manier van denken en doen los te laten. Creativiteit kan worden gebruikt om grote of kleine problemen of situaties oplossen. Het kan gaan om werkwijzen, inzichten, toepassingen en theorieën.

Dienstbaarheid / De eigenschap op continu diensten te geven aan een ander.

Discipline / Het vermogen om jezelf te beheersen en een handeling te laten, of het vermogen om jezelf te motiveren iets te doen.

Diversiteit / De variatie binnen een groep of systeem, in bijvoorbeeld overtuigingen, cultuur, waarden, functie, kennis, vaardigheden, eigenschappen en ervaringen.

Duurzaamheid / Er zijn vele definities van duurzaamheid en het begint zo langzamerhand een leeg containerbegrip te worden. Hier een aantal definities: Duurzaam betekent letterlijk lang blijven bestaan, houdbaarheid, bestendigheid, stabiliteit. In het Engels betekent to sustain ,behouden’. De formele definitie van de Brundtland Commissie uit 1987 is: Duurzame ontwikkeling is de ontwikkeling die aansluit op de behoeften van het heden zonder het vermogen van toekomstige generaties om in hun eigen behoeften te voorzien in gevaar te brengen.

Eenvoud / Datgene wat niet ingewikkeld is, afwezigheid van poespas, overdaad,  en overmatige versiering.

Eerlijkheid / In passieve vorm is eerlijkheid het ontbreken van leugens, bedrog of geheimhouding. Het is zuiver zijn. In actieve vorm betekent eerlijkheid het vertellen van de waarheid. Oprecht en openhartig zijn.

Erkenning / Wanneer iets wordt gezien, bekend, bevestigd, goedgekeurd, aanvaard, toegegeven of gewaardeerd.

Flexibiliteit / De eigenschap van aanpassen aan een veranderende situatie of omgeving. Ook wel soepelheid, meegaandheid, buigzaamheid, inschikkelijkheid genoemd.

Gelijkwaardigheid /  Gelijkwaardigheid is het even veel waard zijn of van gelijke waarde zijn. Dat kan gaan om bijvoorbeeld kwaliteiten, prestaties of eigenschappen.

Geluk / Geluk wordt door iedereen anders ingevuld. Geluk kan betekenen dat je volkomen tevreden bent met je levensomstandigheden of dat andere diepe behoeften vervuld zijn. Geluk kan als synoniem worden gezien met vreugde, vrede, ontspannen zijn, voorspoed of welvaart.

Gemeenschap / Een groep mensen of landen die gezamenlijke doelstellingen, waarden, belangen, visie, verwachtingen en/of belangen hebben. Een geheel van personen die samenleeft of samenwerkt. De grootte van gemeenschappen variëren.

Gezondheid / Een goede geestelijke en lichamelijke toestand van een organisme. Zonder ziekte, zonder een schadelijke invloed op processen en weefsels in het lichaam, zonder verstoring van lichamelijk en geestelijk evenwicht.

Groei / Een proces van ontwikkelen, bloeien, evolueren, ontplooien, uitzetten, uitbreiden, groter worden of vermeerderen.

Inkomen / Wanneer iemand een dienst of product levert, dan ontvangt hij daar een vergoeding voor. Dit kan loon zijn, maar het kan ook in een andere vorm, zoals een ander product of dienst van evenveel waarde (waarbij de waarde voor betrokkenen overeengekomen wordt).

Integriteit / Integriteit komt van het Latijnse woord integer wat heel of compleet betekent. Wanneer je integriteit hebt, dan ben je emotioneel, mental en fysiek onaangeraakt en ongeschonden. Het betekent ook dat je daden consistent (heel) zijn met je waarden en principes. Dit kunnen je eigen waarden en principes zijn, maar ook die van het bedrijf waar je werkt of de beroepsgroep waartoe je behoort. De consistentie tussen daden en waarden behoud je ondanks druk van buitenaf. Je bent onomkoopbaar en onschendbaar. Je wordt als integer beschouwd als je eerlijk en betrouwbaar bent, en dus zegt wat je doet en doet wat je zegt. Integriteit wordt niet alleen op mensen of organisaties toegepast, maar ook op dieren en planten. Dan gaat het om de fysieke ongeschondenheid.

Kennis / Kennis is datgene wat iemand weet (kent), bijvoorbeeld concepten, processen en handelingen. Kennis kan verkregen worden door ervaring, maar ook overgedragen worden door documentatie. In de filosofie zijn er in de loop der tijd verschillende visies op kennis bediscussieerd, bijvoorbeeld in hoeverre men iets echt kan kennen of weten.

Leefbaarheid / De waardering van een gebied, in termen van geschiktheid of aantrekkelijkheid, die afhankelijk is van de mate waarin die voldoet aan de behoeften en eisen van de waarderende. Deze behoeften en eisen wisselen per persoon, groep, periode en cultuur.

Liefde / De betekenis van liefde verschilt per persoon en cultuur. Over het algemeen wordt het gezien als het hebben van een diepe genegenheid voor iets of iemand. Liefde is het liefhebben van een ander en soms ook het hechten aan een ander. Er kan sprake zijn van intimiteit en een gevoel van verbondenheid: persoonlijke gevoelens en gedachten worden gedeeld en er is wederzijds vertrouwen en begrip. Ook kan er een lichamelijke aantrekkingskracht zijn en het verlangen dat de relatie niet meer eindigt. Als het om dieren, objecten of zaken gaat dan is er een belangstelling voor iets; het geeft je een erg fijn gevoel.

Loyaliteit / De eigenschap om iemand of iets altijd te steunen of trouw te zijn aan wat je bent aangegaan.

Macht / Het vermogen om iets te (laten) doen zoals jij dat wil. Het wordt vaak als onderdrukking gedefinieerd, maar dat hoeft het niet te zijn. Er is sprake van onderdrukking als iemand anders iets doet tegen zijn wil in. Maar macht kan ook plaatsvinden zonder onderdrukking. Macht is ook invloed en gezag hebben. Macht is kracht en potentie.

Mededogen / De eigenschap om medeleven of medelijden te hebben; je betrokken voelen bij de ervaringen van iemand anders, en eventueel hetzelfde voelen.

Moed / Het vermogen om iets te doen wat jij of anderen niet durven, zoals het doorstaan van lichamelijke of emotionele pijn of tegenslag, onzekerheid of angst. Synoniemen zijn lef, dapperheid, durf, heldhaftigheid.

Natuurlijkheid / Toestand waarin zaken lopen zoals het volgens „de natuur” zou lopen. Er is miet mee gekunsteld; het is ongedwongen.

Nederigheid / De houding waarbij iemand zichzelf niet op de voorgrond plaatst en geen aanspraak maakt op eer. Nederigheid is een synoniem voor bescheidenheid, maar moet niet verward worden met een gebrek aan zelfwaardering.

Nieuwsgierigheid / De eigenschap van belangstelling en onderzoek. Je bent ‚gierig’ naar ‚nieuws’.

Onafhankelijkheid / Het vermogen, de eigenschap of situatie om zonder invloed van buitenaf te handelen of te denken en zelfstandig je eigen weg te volgen.

Openheid / Het vermogen om te ontvangen en breed te kijken. Er is een toegankelijkheid van geest en emotie.

Overvloed / Een hoeveelheid die meer dan voldoende of nodig is. Dit hoeft niet altijd om geld of materiële zaken te gaan. Wanneer iets meer dan voldoende of nodig is, wordt per persoon verschillende geïnterpreteerd.

Passie / Een gevoel of gemoed van groot verlangen naar iets of iemand. Dit kan een liefdesgevoel zijn, maar ook hartstochtelijk, onstuimig, bezield of gevoel van lust of drang.

Plezier / Een gevoel van pret, vrolijkheid, genot, blijheid.

Optimisme / De houding van een persoon om zaken positief te beschouwen of te geloven in het beste. Optimum is in het Latijns ‘het beste’.

Privacy / Het ongehinderd, in beslotenheid, in de persoonlijke levenssfeer, onbespied kunnen leven. Het privé (kunnen) houden van informatie die onszelf aangaat, zoals gegevens, gedachten of privé-aangelegenheden én het recht om zelf te bepalen of dit openbaar wordt gemaakt. In de wet gaat het om bescherming van persoonsgegevens, van het eigen lichaam, van de eigen woning, van het gezinsleven en het recht op vertrouwelijk communicatie via brief, telefoon en e-mail.

Realiteitszin / Een inzicht of besef van de werkelijkheid.

Rijkdom / Rijkdom wordt vaak geïnterpreteerd als een (aanzienlijk) vermogen of bezit in middelen, goederen of bronnen die een ruilwaarde hebben of van economisch nut zijn. Rijkdom wordt gezien als het tegenovergestelde van armoede. Het wordt veelal gezien als leven in luxe of overvloed zonder zorgen over de financiële situatie. Rijkdom wordt echter niet altijd ervaren in de context van de financiële situatie. Ook in sociale relaties, voeding, spiritualiteit en andere gebieden van het dagelijkse leven kan men rijkdom ervaren, wanneer men waardeert dat de basisbehoeften vervuld worden, iets niet als vanzelfsprekend beschouwt of juist als iets als onuitputtelijk beschouwt.

Rust / Een toestand van kalmte, stilte, stilstaan, pauze, vrede; een toestand zonder activiteit.

Rechtvaardigheid / Rechtvaardigheid betekent de vaardigheid om recht te doen. Rechtvaardigheid is tegengesteld aan willekeur. Het duidt op een bepaalde niet-willekeurige ordening van de maatschappij, hoe we ons tot elkaar en de maatschappij verhouden. We moeten anderen in hun recht laten of anderen recht doen. Maar ook de maatschappij moet ingericht worden: er is een rechtvaardigheid van de gemeenschap t.o.v. de individuele leden en hoe lusten en lasten verdeeld  moeten worden. Daarnaast wordt rechtvaardigheid ook gezien als toetssteen van het recht. Het concept rechtvaardigheid heeft dus nog geen inhoudelijke betekenis, dat hangt af van de invulling door de maatschappij en de leden van die maatschappij.

Respect / De waardering voor iemand vanwege zijn prestaties, vaardigheden of kwaliteiten. Synoniemen zijn eerbied, ontzag, aanzien.

Schoonheid / De eigenschap van innerlijke of uiterlijke aantrekkelijkheid, zuiverheid. Het bijzonder, mooi, fraai of knap zijn.

Stabiliteit / De eigenschap van het niet makkelijk te verstoren of te veranderen zijn. Dit kan van toepassing zijn op bijvoorbeeld de maatschappij, psyche of natuur.

Status / De positie van een mens of dier in een groep of samenleving de maatschappij, die kan variëren van hoog naar laag. Afhankelijk van de plaats in de rangorde wordt aan een status aanzien en imago toegekend.

Standvastigheid / De eigenschap om constant en vastberaden vast te houden aan de eigen waarden, principes of visie.

Succes / Een situatie waarin iets goed afloopt, een goed resultaat heeft, een overwinning of prestatie is. Wat precies goed is, is velerlei interpreteerbaar.

Tolerantie / Het vermogen om mensen te verdagen die anders denken en handelen dan jij of de norm.

Traditie / Bepaalde gewoonten en gebruiken, vaak van een cultuur, die worden overgeleverd van de ene generatie op de andere generatie.

Trots / Een goed gevoel hebben over iets dat jij, een ander of een groep gedaan heeft. Sommigen willen het aan anderen laten zien. Soms wordt trots ook wel gezien als arrogant. Trots wordt ook gebruikt als synoniem voor zelfrespect, eergevoel, elitair of groots.

Uitdaging / Het gevoel of de gedachte over een handeling waarvan je denkt dat je het niet zal durven of kunnen, maar daardoor wel wil proberen.

Veiligheid / Een toestand die vrij is van gevaar. Dit kan gelden voor een persoon, een groep of een maatschappij.

Verantwoordelijkheid / In verantwoordelijkheid zit het woord ‚antwoord’ en wordt ook wel gedefinieerd als het antwoord dat je geeft op een vraag of een situatie. Je moet, als individu, instantie of gemeenschap rekenschap afleggen over dat antwoord, over hoe je hebt gehandeld in een situatie.

Verbondenheid / Een toestand of gevoel van een band, dat je bij elkaar hoort of invloed op elkaar hebt. Ook wel een gevoel van affiniteit, solidariteit, saamhorigheid, trouw of sympathie.

Vriendschap / Een nauwe persoonlijke band of (niet-seksuele) relatie tussen mensen die vaak met elkaar optrekken en/of elkaar leuk vinden, interessant vinden en/of gemeenschappelijke interesses hebben, en die elkaar vertrouwen. Geslacht hoeft geen rol te spelen. Vriendschappen worden door verschillende mensen verschillend ingevuld. Soms zijn er wederzijdse verwachtingen, inspanningen en verplichtingen, maar soms ook niet. Frequentie en intensiteit van ontmoetingen wisselen ook.

Vrijheid / De toestand waarin niemand of niets bepaalt wat je moet doen, denken of zijn. Je bent onafhankelijk van factoren van buitenaf. Er is echter al eeuwen discussie of echte vrijheid bestaat en of je niet altijd beïnvloed wordt door je levensomstandigheden of anderen factoren.

Waarheid / Waarheid refereert over het algemeen naar wat werkelijk zo is, wat waar is, of wat als waar wordt beschouwd door individuen of groepen. We weten echter niet altijd wat waar is, wat zich uit in tegengestelde visies over een bepaald onderwerp of situatie. Verschillende mensen of groepen vinden hun eigen visie dan ‘waar’. Wat waarheid precies is, is in de filosofie en de wetenschap ook al eeuwen onderwerp van discussie. Er zijn filosofen die zeggen dat je nooit kunt weten wat de werkelijkheid is, en dus wat waar is. Andere woorden die gebruikt worden voor waarheid zijn juistheid, geldigheid of echtheid, maar het zijn geen synoniemen van waarheid.

Waarachtigheid / Synoniemen voor waarachtigheid zijn echtheid, oorspronkelijkheid, oprechtheid, wezenlijk, waarheidsgetrouw en reëel.

Wijsheid / Wijsheid wordt op verschillende manieren ingevuld. Het wordt gezien als het vermogen om met kennis en inzicht te handelen, op basis van bijvoorbeeld levenservaring of eerder gemaakte fouten. Een andere interpretatie is het vermogen om in alle omstandigheden rekening te houden met het belang van anderen, naast het eigen belang, om juist te kunnen oordelen en daarnaar te handelen.

Winst / In economische termen is winst geld dat een onderneming overhoudt wanneer de kosten van de onderneming worden afgetrokken van de opbrengst (omzet). In het dagelijks leven wordt winst ook geïnterpreteerd als voordeel, gewin, verdienste, baten of overwinning.

Zachtheid / De eigenschap van gevoeligheid, tederheid, mildheid, menselijkheid of lieflijkheid. Het wordt soms gezien als een zwakte of slapte, maar dat hoeft het niet te zijn.

Zekerheid / Een toestand dat iets vaststaat.

Zorgvuldigheid / De eigenschap om zich te richten op details, en deze accuraat en effectief te verwerken.

Zorgzaamheid / Het vermogen om te zorgen, zich in te zetten, waakzaam te zijn en genegen te zijn.