Milieupragmatisme

milieupragmatisme

Het pragmatisme heeft felle kritiek op de manier waarop in de traditionele filosofie naar oplossingen voor problemen wordt gezocht.

Traditionele filosofen zoeken namelijk naar waarheden uitgaande van fundamenten. Met deze ‘ware’ fundamenten poogt men in de filosofie antwoord te vinden op de grote vragen. Er worden aan de hand van fundamenten en waarheden, beginselen bepaald. Er wordt hiervan vaak een eenheid gecreëerd, één theorie wordt als waar beschouwd.

Vanuit een pragmatisch perspectief is het onmogelijk is om een waarheid te vinden die voor eens en altijd waar is.

Waarheden zijn feilbaar; waarheden kunnen weer herzien worden. Wanneer de aandacht steeds gaat naar het zoeken van de ware formulering en verdediging van de eigen ideeën en het bekritiseren van andere theorieën, dan vinden er vooral welles-nietes discussies plaats over wat wél waar is en wat níet waar. Er wordt dan niet constructief gezocht naar oplossingen voor de problemen in de praktijk, alleen maar naar waarheden.

In de filosofie heerst al eeuwen de tendens om in dichotomieën te denken, waarin één kant als waarheid en fundament gezien wordt.

De keuze van één kant in een dichotomie bepaalt dogmatische lijsten van beginselen. Er is geen redelijke flexibiliteit meer. Conflicten worden verergerd in plaats van opgelost. Het blindstaren op dogmatische lijsten van vaststaande beginselen werkt niet, omdat ze niet op elk mogelijke situatie toegepast kunnen worden. Vanwege de preoccupatie met algemene en abstracte waarheden leidt het traditionele waarheidsdenken de aandacht af van de concrete, tijd-en plaatsgebonden problemen en conflicten, die juist om een zekere tact, flexibiliteit en contextgevoeligheid vragen.

Ook is er sprake van het dualistisch denken, zoals de scheiding tussen theorie en praktijk, en geest en lichaam.

In de traditionele filosofie ligt de nadruk vaak op de theorie en op de geest. Een pragmatisch perspectief ziet juist de relatie tussen theorie en praktijk als belangrijk; er is een wederkerigheid tussen theorie en praktijk.

De laatste jaren heeft het pragmatisch perspectief ook invloed op de milieufilosofie, en daaruit is het milieupragmatisme ontstaan.

Er zijn te vaak beperkte visies in de milieufilosofie, omdat een groot deel uitgesloten wordt door het dichotomisch en eenheidsdenken.

In de milieufilosofie zijn drie dichotomieën keer op keer nadrukkelijk (en vaak dogmatisch) aanwezig: antropocentrisme – non-antropocentrisme, instrumentele – intrinsieke waarde van de natuur en individualisme – holisme. Deze dichotomieën komen vrijwel altijd samen voor in een milieufilosofie en zijn daarin met elkaar verbonden. Deze verbonden principes staan aan één kant van de dichotomie en sluiten de andere kant uit. Volgens het milieupragmatisme gebeurt dat in de milieufilosofie vrijwel altijd op dezelfde wijze: het draait vaak om non-antropocentrisme, holisme en de intrinsieke waarde van de natuur, omdat die alleen het wáre fundament van een filosofie kunnen vormen. Op deze manier ontstaan sterk conflicterende ideeën over de waarde van de natuur, de plaats van de mens in de natuur, en hoe de mens dient te handelen ten opzichte van de natuur. Op zich is er niks mis met meningsverschillen, alleen blijven er discussies bestaan: er wordt halsstarrig vastgehouden aan de eigen ‘waarheden’ en andere ideeën worden genadeloos bekritiseerd. Ondertussen komt men in de praktijk niet vooruit in het oplossen van de milieuproblematiek als er steeds wordt gediscussieerd en niet gehandeld.

Het milieupragmatisme vindt dat het tijd is om nieuwe benaderingen te gebruiken in het milieudebat en om de koers van filosoferen te wijzigen.

Het onderzoeken of gebruiken van de mogelijkheden van andere principes is belangrijk. Er zijn tal van mogelijkheden als men van het antropocentrisme uitgaat, als dat goed is voor het milieu. Antropocentrisme is niet per definitie slecht.

Een pragmatist benadrukt de continuïteit van ervaring. Menselijke ervaring is een ontwikkelend, historisch toevallig proces.

Een pragmatisch perspectief erkent de veranderlijkheid van de wereld; de wereld ontwikkelt zich voortdurend en het menselijk denken en handelen verandert daar in mee. Er ontstaan dus ook continu nieuwe problematische situaties. Het zoeken naar oplossingen is een proces; het gaat om het experimenteel ontdekken van oplossingen in concrete situaties. Iets is waar als het werkt. De uitspraak die men doet, moet verdedigbaar zijn gegeven de samenleving waar men deel van uit maakt. Het pragmatisme is niet een positie die zelf een uitgebreide inhoudelijke theorie ontwikkelt en verdedigt om problemen op te lossen. Kennis is instrumenteel voor de praktijk. Het bepalen van de juiste oplossingen is afhankelijk van elke situatie, dat kan niet vooraf bepaald worden door een theorie te ontwikkelen die voor eens en altijd vaststaat en waar is.

Geen enkele benadering kan vooraf onafhankelijk van de situatie als de juiste worden bepaald. Daarom is flexibiliteit en contextgevoeligheid nodig. Principes die gebruikt worden, moeten niet aan strikte grenzen worden gehouden.

milieupragmatismeEen kritiek op het pragmatisme is dat je geen leidraad meer hebt om te weten wat het goede is om te doen.

Bovendien heb je te maken met inconsistentie als je niet uitgaat van een beginsel, maar van meerdere tegenstrijdige beginselen. Het werken met tegenstrijdige beginselen kan ook relativisme in de hand werken. Er zijn geen maatstaven waarmee bepaald kan worden welke theorie de juiste is en welke als leidraad kan dienen. Hoe kies je je leidraad in de praktijk? En hoe kun je conflicten oplossen als je geen leidraad hebt?

Een ander probleem met het milieupragmatisme is dat het zou leiden tot slappe compromissen om iedereen tevreden te stellen.

Hierdoor kom je niet veel verder dan de status quo. Als je een milieubeleid bepaalt op basis van wat ‘werkt’ en wat ‘praktisch’ is in een bepaalde situatie, dan doe je niet meer dan het conformeren aan verwachtingen en principes van de status quo. Er zal dan geen vooruitgang zijn.