Het biocentrisme van Paul Taylor

Er zijn verschillende filosofen die kritiek hebben op de traditionele manier van omgaan met en denken over de natuur.

De traditionele manier zou bijvoorbeeld uitgaan van de instrumentele waarde van de natuur en met een te individualistische en en antropocentrische blik naar de natuur kijken. Eén van die critici is Paul Taylor en hij ontwikkelde de filosofie Biocentric Ethics.

Biocentrisme gaat uit van de visie dat al het leven een intrinsieke waarde heeft.

Alle levende wezens, alle dieren en alle planten, hebben waarde in zichzelf, dat bewondering verdient.

Het leven is goed in zichzelf, omdat alle levende wezens teleological centers of life zijn. Het woord telos komt van het Grieks en betekent ‘doel’ of ‘einde’. Volgens Taylor heeft elk levend wezen een bepaalde natuur of staat van zijn welke bepaalt wat het specifiek doel van dat levende wezen is. Het feit dat een levend wezen een leven heeft, betekent dat het al goed is in zichzelf.

Dat levende wezens goed zijn in zichzelf is een noodzakelijke voorwaarde om mensen een morele verantwoordelijkheid te geven ten opzichte van die wezens.

Maar het is niet voldoende. Het is namelijk alleen nog een beschrijving van de feiten. Volgens Taylor leidt het accepteren van deze feiten, van de biocentrische visie op natuur, tot het accepteren van een respectvolle houding naar de natuur, en daarom moeten wij onze morele verantwoordelijkheid nemen.

Taylor maakt in zijn beschrijving van het goede onderscheid in het objectief en subjectief goede.

Het goede van een wezen is niet altijd hetzelfde als wat het wezen gelooft dat het goede is. Het subjectief goede is iets wat we kunnen geloven, het objectief goede is iets wat we kunnen weten. Als je een dier of plant bekijkt, dan zie je wat het nodig heeft aan voedsel en milieu-omstandigheden om te overleven en goed te kunnen functioneren. Dit belang om te kunnen overleven is het objectief goede; dit kunnen we onderzoeken en weten. Ook al weet een plant of dier niet bewust wat het goede is voor zichzelf, mensen kunnen dat wel weten en beseffen. Ieder levend wezen moet zijn doelen kunnen realiseren als dat wezen zijnde.

Het biocentrisme motiveert om het goede van levende wezens te beschermen omdat het hun eigen goede doel is.

Er zijn vier overtuigingen die als leidraad dienen om respect voor de natuur te houden:

  1. Mensen zijn lid van de gemeenschap van het leven, en zijn daarin gelijk met alle andere levende wezens.
  2. Alle levende wezens, ook mensen, zijn deel van het systeem van onderlinge afhankelijkheid.
  3. Alle levende wezens streven naar hun eigen goede doel op hun eigen manier.
  4. Mensen zijn niet inherent superieur aan andere levende wezens.

Naast deze vier overtuigingen stelt Taylor dat we vier algemene plichten hebben, welke volgen uit het respect hebben voor de natuur:

  1. Nonmalificence: het niet schaden van een levend wezen.
  2. Noninterference: het niet ingrijpen in de vrijheid van een individueel wezen.
  3. Fidelity: het niet verraden of misleiden van dieren (bijvoorbeeld jagen).
  4. Restitutive justice: degene die een levend wezen schade aanricht, moet dat herstellen.

Het biocentrisme roept een aantal kritische vragen en opmerkingen op:

  • De plicht om niet in te grijpen in de natuur impliceert dat mensen dus toch ergens buiten de natuur staan of ervan onderscheiden zijn: wij als mens zijn afgescheiden van de natuur en moeten de natuur met rust laten.
  • Er wordt impliciet gezegd dat mensen met hun handelen ingrijpen in de natuur en daarmee schade aanrichten. Maar de mens is toch onderdeel van de natuur, de mens is toch natuur? Hoe kan een wezen dat een natuurlijk onderdeel is van de natuur dan schade aanrichten?
  • Het niet ingrijpen in de natuur heeft enorme praktische gevolgen. Mogen mensen geen huizen meer bouwen, geen wegen meer aanleggen en geen waterleidingen doortrekken? Overal zijn micro-organismen die daarmee geschaad worden. Maar als mensen geen goede huizen en geen goede watervoorziening hebben, dan is dat een gevaar voor de gezondheid. Een mens heeft om te functioneren (een objectief goed doel!) schoon drinkwater nodig.
  • Taylor stelt dat de doelen van individuele levende wezens gelijk staan aan elkaar. Maar de realiteit is dat deze objectief goede doelen kunnen conflicteren. Hoe kun je dit conflict dan onpartijdig oplossen? Wie bepaalt dan wat het goede is?
  • De mens verricht wetenschap, kijkt naar de natuur met haar menselijke bril. Hoe weet de mens wat het objectief goede van een levend wezen is?