Dierenrechten filosofie

Hoe moeten wij met dieren om gaan? Zouden dieren rechten moeten hebben? Moeten deze dierenrechten in de wet moeten worden opgenomen?

Dit zijn vragen waar mensen tegenwoordig verschillende visies op hebben. Peter Singer is de meest bekende filosoof die zich met de omgang met dieren en dierenrechten bezig houdt.

dierenrechtenIn onze huidige omgang met dieren stellen we de mens steeds voor boven andere diersoorten. Singer zegt dat dit te vergelijken is met het stellen van mannen boven vrouwen en blanken boven zwarten. Hij vindt het immoreel om op basis van ras, sekse en ook op basis van diersoort een wezen uit te sluiten van morele overwegingen.

We moeten het geluk van de dieren ook meenemen in onze afwegingen. Singer gaat uit van het consequentialisme die stelt dat we het grootste geluk voor het grootste aantal gaan nastreven. Normaal gesproken betreft het dan alleen mensen, maar Singer wil het doortrekken naar dieren.

Elk levend wezen heeft een morele status. Het gaat er niet om of wezens kunnen redeneren of praten, maar of ze kunnen lijden. Wanneer een wezen kan voelen, waarnemen of een bewustzijn heeft, dan is het in staat om te lijden of geluk te ervaren en heeft het een belang, namelijk het belang van niet willen lijden. Wezens met belangen hebben een morele status en daarom moeten wij er rekening mee houden bij morele vraagstukken.

Het is echter niet noodzakelijk om alle levende wezens (met belangen en behoeften) gelijk te behandelen. Er zijn namelijk verschillende belangen en behoeften en die vragen om verschillende behandelingen. Alle wezens hebben in ieder geval het belang om geen pijn te lijden, maar er zijn verschillen in pijn lijden. Een paard een klap geven is heel iets anders dan een kind een klap geven. Omdat een paard vet en spieren heeft om de klap op te vangen, is dat niet pijnlijk. Sommige wezens hebben ook nog andere belangen die bepaalde wezens niet hebben. Niet alle wezens hebben het belang om bijvoorbeeld talenten te willen ontwikkelen. Wezens met geavanceerde emotionele en cognitieve vermogens hebben meer belangen en dus een andere morele status, dan wezens met simpelere emotionele en cognitieve vermogens.

Deze filosofie over dierenrechten heeft praktische implicaties voor onze omgang met dieren, zoals:

  • Mensen hebben een verantwoordelijkheid om commerciële bio-industrie een halt toe te roepen. Argumenten als voeding, efficiëntie en gemak kunnen de bio-industrie niet rechtvaardigen. We hebben een morele plicht om vegetariër te worden.
  • Plezierjacht moet verboden worden.
  • Het gebruik van proefdieren voor wetenschappelijk onderzoek is immoreel.
  • Diersoorten hebben geen morele status. Een diersoort kan niet lijden. Bedreigde diersoorten moet worden beschermd vanwege de individuele dieren die over zijn gebleven.

Er zijn verschillende kritieken op deze dierenrechten filosofie:

  • De vraag is hoe je het lijden van verschillende wezens vergelijkt. En hoe meet je dit lijden? Singer erkent wel dat mensen anders lijden dan dieren, en dat dieren onderling, ook een verschil hebben in lijden, maar in de praktijk wordt dit enorm complex. Hoe bepaal je wat je moet doen? Hoe ga je dit onderzoeken? Welke handelingen zijn in individuele gevallen het goede om te doen? Als je bijvoorbeeld als vegetariër je eigen moestuin hebt, maar deze afsluit met een hek om te voorkomen dat wilde dieren jouw groente opeten, dan laat je de dieren toch ook lijden als zij nergens anders voedsel kunnen vinden? Moeten we dieren die door andere dieren worden gejaagd beschermen? Als we een dier zien sterven van de honger, moeten we het dan afmaken?
  • De filosofie over dierenrechten is te individualistisch. Veel theorieën over hoe wij met de natuur moeten omgaan zijn holistisch, zij gaan uit van het ecosysteem als geheel; niet van het individu. Het is met deze filosofie onduidelijk wat je moet doen als tegelijkertijd de gezondheid van een ecosysteem en de gezondheid van een dier in gevaar is. Als je deze filosofie zou volgen, dan zou je zieke zeehonden moeten redden, ook al gaat dat ten koste van het ecosysteem. Singer heeft hier uiteindelijk op geantwoord dat het milieu en ecosystemen ook beschermd moeten worden, aangezien het van belang is voor de behoeften van individuele levende wezens.
  • Sommige conclusies zijn contra-intuïtief. Volgens Singer zouden we eerder moeten strijden voor miljoenen koeien die lijden in de intensieve bio-industrie, dan dat we strijden voor de bescherming van een bedreigde planten- of insectensoort. Dieren zijn onderdeel van een complex ecologische gemeenschap die een delicate balans van onderlinge afhankelijkheid hebben. Voor veel milieu-activisten zou de balans van deze ecosystemen het doel moeten zijn.